Veel hulpverleners hebben te weinig aandacht voor mannenmishandeling

We kennen ze allemaal, de verhalen van vrouwen die worden mishandeld door hun man. Maar dat mannen soms ook worden mishandeld door hun vrouw, is veel minder onder de aandacht. Want welke vent laat zich nou slaan?

“Het algemene beeld is dat mannen de sterkste moeten zijn”, vertelt Adrie Vermeulen, die namens hulpverleningsorganisatie Moviera mishandelde mannen bijstaat. “Dat is een heel hardnekkig en traditioneel idee dat nog steeds leeft in onze samenleving. Het is wel wat aan het veranderen en al beter dan in de jaren vijftig, maar heel zwart-wit gezegd mogen vrouwen zielig zijn en mannen niet. Vrouwen zijn slachtoffer en mannen pleger. Dat het ook andersom kan, wil er bij veel mensen niet in. Met tot gevolg dat veel hulpverleners te weinig aandacht hebben voor mannenmishandeling, omstanders het niet zien en mannen zelf er geen aandacht voor durven te vragen.”

Tien jaar geleden startte het ministerie van Volksgezondheid een proef om opvangplekken voor mannen in te richten. Ter vergelijking: in 1974 werd in Amsterdam het eerste blijf-van-mijn-lijfhuis geopend waar vrouwen
die slachtoffer zijn van huiselijk geweld terechtkunnen. Voor vrouwen zijn er tegenwoordig 2200 bedden in een opvang, voor mannen 40. Terwijl 40% van de huiselijk geweld-slachtoffers man is. Dat bevestigt dat er meer
aandacht is voor huiselijk geweld bij vrouwen dan bij mannen. In 2008 was de mannenopvang een experiment. Hulpverleners hadden geen idee of mishandelde mannen zich wel zouden melden. De bedden bleken in no time bezet. Inmiddels zijn er plekken voor mannen in Delft, Amsterdam, Rotterdam, Zwolle, Tilburg en Utrecht. Gemiddeld verblijven hier jaarlijks 73 tot 100 mannen. Hun kinderen zijn ook welkom.

Lees het volledige artikel met daarin ook het verhaal van Yasin. Hij werd geslagen door zijn vrouw. Hij wilde niet dat iemand het wist, totdat de politie ingreep.

Terug naar nieuwsoverzicht