Keurmerk Vrouwenopvang goede ontwikkeling

‘Het kwaliteitsdocument als handreiking ligt er, maar is nog vrijblijvend. Het plusje bovenop de handreiking is het keurmerk en daarmee verhogen we de kwaliteit en professionaliteit van ons werk in de veiligheidszorg. Daarom staan we achter deze ontwikkeling.’ Liesbeth van Renssen, manager Dienstverlening van Moviera en Johan Gortworst, senior beleidsadviseur van Federatie Opvang, zoomen in op het Keurmerk Veiligheid in het landelijk stelsel van Vrouwenopvang.

‘Zo’n interview voor het jaarbeeld is ook goed voor ons. Dan zien we elkaar nog eens.’ Johan en Liesbeth schudden elkaar de hand en vertellen dat ze meestal contact hebben vanaf hun eigen locatie. Zo is het ook gegaan bij de ontwikkeling van het keurmerk. Johan: ‘Onze organisaties kennen elkaar goed en we werken samen vanuit een gezamenlijke visie. Kwaliteit is belangrijk. Veiligheid is belangrijk. Dat zijn uitgangspunten waarover iedereen het eens is. Mensen moeten kunnen verhuizen. Van de ene kant van het land naar de andere kunnen gaan. Als je over je stadsgrenzen als organisaties samenwerkt moet je er op kunnen vertrouwen dat de aanpak van een andere organisatie naadloos aansluit bij jouw verwachtingen. Dus, andere organisatie, andere stad, maar zelfde planmatige aanpak, zelfde afspraken met bijvoorbeeld politie.’

Handtekening
‘In 2018 zijn de kwaliteitsnormen vastgelegd’, vervolgt Liesbeth het verhaal. ‘Een goede basis van waaruit we het keurmerk kunnen ontwikkelen om verder te professionaliseren. Het is ‘slechts’ een middel hè, om dát doel te bereiken. Want dat willen we uiteindelijk. Zo groot mogelijke duidelijkheid in werkafspraken, zodat de veiligheid van de cliënten in de opvang over grenzen van organisaties heen meetbaar en gewaarborgd is.’
Het is een klein keurmerk voor vrouwenopvang in het landelijk stelsel. ‘Bijzonder is dat het door de sector zelf wordt ontwikkeld’, benadrukt Johan. Een bureau heeft onderzoek gedaan en bij instellingen en ketenpartners de meningen opgehaald. Er is veel steun voor deze ontwikkeling. Alle instellingen doen eraan mee. Het keurmerk werkt, los van de sector, voor individuele instellingen kwaliteitsverhogend en ondersteunt het proces van professionalisering.’ Liesbeth sluit af: ‘Niet alleen de organisaties onderling in de keten moeten kunnen vertrouwen op elkaars kwaliteit, ook partijen van buiten, zoals gemeenten waarmee we samenwerken, moeten zeker zijn van aanpak en afspraken. Met dit keurmerk kunnen gemeenten erop vertrouwen dat er onafhankelijk wordt getoetst. Dat is goed voor de hulpverlening van de sector.

Terug naar nieuwsoverzicht